Wouter
Eén beeld. Tien seconden die nooit het scherm hadden mogen halen en alle wielerplezier is weg. Alsof ze nooit hebben bestaan, de vreugde om de vroege aanval en de spanningsboog die het peloton naar een boeiende slotfase zouden leiden. Alsof er het hele jaar geen winnaars zijn geweest, alleen maar verliezers. Alles weg in één klap.
Het beeld bevriest voor onze ogen, een rilling gaat door de commentaarcabine. De ernst van de val is onmiddellijk duidelijk. Een klap met zware gevolgen. Hopelijk niet fataal.
Vanaf dat moment is een vlucht met vier, onder wie de Belg Bart De Clercq, compleet bijkomstig, wordt het becommentariëren van koersontwikkelingen een triviale gebeurtenis.
En dan weet je nog niet eens om wie het gaat. Dat doet er op zo’n moment ook niet toe. Een mens is in nood. Andre Meganck duwt op de knop van mijn microfoon en fluistert me in het oor: "Het zou om Wouter Weylandt gaan." Donderslag. Wouter toch niet?!
Zou, de voorwaardelijke wijs. Daar putten we moed uit. Maar de computer met de wedstrijdinformatie bevestigt: "Caduta Wouter Weylandt! Val Wouter Weylandt!" De stem stokt, de vingers worden gekruist. Lieve hemel, laat het toch niet zo erg zijn als het eruit ziet.
De Italiaan Ricci Bitti is ondertussen gelost in de klim en in de afdaling opnieuw komen aansluiten. Het ontgaat je. Who cares? Nieuws is wat je wil, goed nieuws.
Je zoekt een strohalm, kijkt vragend in de ogen van Andre. Zeg dat zijn hart nog klopt, vertel ons dat Wouter nog leeft. Doe het nu! Hij kan het niet. De respons is een bezorgde blik.
"Reanimatie" staat op een papiertje dat door trillende handen wordt vastgehouden. Het helibeeld ondersteunt, alweer onnodig. De defibrilator wordt bovengehaald. De gedachten dwalen af. Naar een moeder, naar een vader, naar een zwangere vriendin, naar je eigen kinderen. Alles passeert. Je ziet geen renners meer.
Minuten verstrijken maar er komt niets hoopgevend, niets om je aan op te trekken. Wachten op positief nieuws blijkt wachten op Godot. Het komt niet.
Het zegegebaar van Vicioso is waardeloos. Hij kan er ook niets aan doen, weet nergens van als hij in Rapallo gretig een ritzege in een grote ronde omarmt. Een droom die werkelijkheid wordt, dag op dag een jaar eerder in Middelburg waargemaakt door Wouter Weylandt. Het noodlot. Het fatum is een eng en ongenadig beest.
Er is nog geen officieel communiqué als je zo snel mogelijk van antenne wil. Je besluit de uitzending met hoop en vooral veel wanhoop. Je wil bidden, iets wat je al jaren niet meer hebt gedaan en klampt je vast aan de sprankel die er eigenlijk geen is.
Een half uur later krijg je te horen wat je niet wil horen. Je weigert obstinaat om het nieuws voor waar aan te nemen. Helaas. De Passo del Bocco wordt een Portet d’Aspet.
Na Fabio Casartelli is er vijftien jaar later opnieuw een jonge man die in een grote ronde het leven laat in de afdaling van een col. De harde realiteit leidt tot bittere tranen tussen de telefoongesprekken met het thuisfront. Een shock.
Ik blijf gevangen in die tien vreselijke seconden. Het getuigt van wansmaak en gebrek aan deontologie om ze op YouTube te plaatsen of aan een artikel op een website te linken. Misdadig bijna. Maar het gebeurt.
Een aanslag op de sereniteit, een schrijnend gebrek aan respect voor zij die achterblijven. Ik wil ze het liefste verdringen, die tien vreselijke tellen horror.
Mogen we ze niet gewoon vervangen door een lach, een gulle lach, de misschien wel gulste lach van het peloton? Want veel jovialiteit en spontaneïteit worden ons ineens ontnomen. Wouter, altijd klaar voor iedereen. Vriend van de allerkleinsten, gesprekspartner van allen, niemands vijand.
Mogen we vandaag in het commentaarhok voor één keer zwijgen en bezinnen? Ik hoop het. Het moet gewoon. Uit respect voor een innemende jonge man.