"Je moet een kat een kat noemen", opent Herbert Houben, de jonge voorzitter van RC Genk die het overnam van Harry Lemmens.
"In de heenronde wonnen we vier matchen. Dan moet je je toch afvragen waar we mee bezig zijn. Deze spelersgroep kan beter, daar zijn wij alvast van overtuigd."
"De trainer heeft elke week een uitleg, maar we missen bij hem de nodige dosis zelfkritiek. Hein Vanhaezebrouck zegt dat we realistisch moeten zijn. Een 11e plaats is niet realistisch", zegt Houben.
Houben belde naar vier trainers over de 3-4-3
Houben, en met hem het Genk-bestuur, hebben vragen bij de manier van spelen van Vanhaezebrouck. Houben belde zelfs naar enkele trainers om te weten wat zij van de 3-4-3 vonden.
"Vier trainers met een fatsoenlijk palmares", zegt Houben. "Allemaal noemden ze die 3-4-3 - die we ook in Kortrijk speelden - onrealistisch. Is Hein dan de enige slimmerik en zijn wij dom?"
"Het antwoord is simpel. Als Hein resultaten boekt, heeft hij het gelijk aan zijn kant en moet ik zwijgen. Maar voorlopig heeft hij ongelijk. Genk is geen lab voor spelsystemen."
"Als Hein niet in de top 6 gelooft, stopt het voor mij"
Houben heeft veel vragen en zit straks om de tafel met Vanhaezebrouck. "Waarom krijgen Barda en Huysegems zo weinig speelkansen? Je kunt toch niet zeggen dat die twee niets kunnen?"
Houben polste ook naar de sfeer in de kleedkamer. "De band tussen de trainer en de spelers is nog goed. Natuurlijk heb je ontevreden spelers. Maar het is zeker niet zo dat het onwerkbaar is."
"Tijdens ons gesprek zal ik Vanhaezebrouck vragen of hij gelooft dat deze groep de top zes kan halen", besluit Houben. "Gelooft Hein daar niet meer in, dan houdt het verhaal voor mij op."


