1. De ollie
Een ollie begint met de skater die gewoon op het board staat, met de voorste voet bijna in het midden. De skateboarder drukt met zijn voet op de achterkant van het board, waardoor de voorkant omhoog komt. Dan schuif je je voorste voet naar de voorkant en drukt met de zijkant van je voet tegen het board, waardoor je horizontaal in de lucht hangt.
2. De fifty
De fifty kun je pas doen als je de ollie onder de knie hebt. Bij deze techniek is het de bedoeling om een slide te maken met het middelste gedeelte van je plank. Balanceren is belangrijk om niet naar achteren, voren, links of rechts te vallen.
3. De Axle Stall
Een Axle Stall op de quarter pipe betekent dat je met de beide wielassen van het skateboard op de ronde boord van de quarter pipe terechtkomt.
Je gaat in de eerste plaats recht op de quarterpipe af. Vlak ervoor ga je iets schuiner en druk je op de tail van je skateboard. Zo komt de voorkant ietwat omhoog. Op het ogenblik dat je achterste as op de boord van de halfpipe is, mag je de voorste wielas erbij zetten. Vervolgens kan je opnieuw uit de halfpipe gaan.
4. De switch op de halfpipe
"Switch" wil zeggen dat je in je normale positie de halfpipe in gaat, de neus van je skateboard op de boord van de halpipe klikt en tegenvoets uit de halfpipe gaat. Plots sta je dus met je "slechte been" vooruit te skaten. Dat is wat moeilijk is aan de switch.
5. Enkele woorden uit het skatewoordenboek van Evelien
Regular: met je linkervoet vooruit op het board. Iedere skater moet voor zichzelf op goed gevoel uitmaken of hij "regular" of "goofy" is.
Goofy: met je rechtervoet vooruit op het board.
Nose: voorkant van je board
Tail: achterkant van board
Grinden: als je de assen van je board gebruikt om verder te schuiven.
Sliden: Als je het board zelf (de plank) gebruikt om verder te schuiven.


