Het snookeren leerde u al van Bjorn Haneveer, cyclocrossen hebt u voortaan onder de knie dankzij Niels Albert, over judo vertelden onze Belgische olympiërs alles en volleyballen werd netjes uitgelegd door de spelers van Noliko Maaseik.
De volgende dagen geeft Filip Meirhaeghe enkele gouden tips om een beter mountainbiker te worden. Wij trokken met hem naar de Vlaamse Ardennen en lieten hem de kneepjes van het vak uitleggen.
1. De afdaling
Voortaan geen angst meer bij scherpe afdalingen. Benen gestrekt, voeten horizontaal op de pedalen en het lichaamsgewicht naar achteren brengen, afhankelijk van de hellingsgraad. En vooral: ver voor je uit kijken. Maar in het filmpje geeft hij nog veel meer prijs.
2. De beklimming
Zo lang mogelijk blijven zitten op je zadel zodat je meer kan spelen met je gewicht om grip op je achterwiel te houden. Je zit best meer naar achteren op je zadel om grip te houden en meer naar voor om het voorwiel niet van de grond te laten komen.
En wat doe je best met die lastige, glibberige boomwortels?
3. De steile klim
Voor een hele steile klim is het belangrijk om je lichaam plat te houden en te zorgen dat je grip houdt. "Soms zeer moeilijk", waarschuwt Meirhaeghe.
4. Een obstakel
Hoe spring je met je fiets over een obstakel, zoals een boomstronk.
5. Variant: de "bunny hop"
Met een "bunny hop" spring je over een obstakel, zonder dat je het obstakel raakt. Meirhaeghe doet het voor met een boomstronk. "Sinds de klikpedalen makkelijker dan vroeger", beweert hij. Maar "wees toch maar voorzichtig", is ónze raad.
6. Surplacen
"Surplacen geeft je een gevoel van rust op de fiets", zegt Meirhaeghe. En je kunt het bovendien overal oefenen: in het bos, maar ook gewoon bij rood licht.
7. Materiaal
Filip Meirhaeghe geeft tips over het mountainbike-materiaal. Zo raadt hij modderbanden af.


