Ronnie O'Sullivan wilde het WK snooker absoluut winnen dit jaar. Hij legde daarom minder risico's in zijn spel en koos af en toe voor een verdedigende stoot (lees: een safety).
O'Sullivan begon vanmiddag met een 10-7-voorsprong aan de tweede dag van de finale. Hij won vier frames op een rij, onder meer met een break van 101, zijn twaalfde century van het toernooi.
Carter moest na een pauze minstens één spelletje winnen om de avondsessie te redden. Dat lukte. Carter en O'Sullivan gingen met 15-10 de beslissende sessie in.
O'Sullivan beperkte die sessie tot een uurtje en won het WK snooker voor de vierde keer (2001, 2004, 2008 en 2012). Z'n zoontje mocht meteen meedelen in de vreugde in The Crucible Theatre in Sheffield.
O'Sullivan neemt zes maanden vrijaf
Voor de finale liet Ronnie O'Sullivan weten dat hij aan stoppen denkt. Meteen na zijn vierde wereldtitel gaf hij een woordje uitleg.
"Enkele mensen hebben aan mij getwijfeld, maar ik zal wel laten weten wanneer ik stop. Ik ben zeker nog niet weg", zei O'Sullivan (36).
"Ik ga nu zes maanden genieten van mijn tijd met mijn zoon en mijn dochter, daarna zien we wel."
"Het was een ontzettend zwaar toernooi en ik heb het moeilijk gehad. Het leek wel een IronMan. De druk was enorm."
Ronnie O'Sullivan (Eng-13) - Ali Carter (Eng-17) 18-11
Frames: 77(57)-37, 121(117)-1, 0-85(84), 25-57, 86(52)-42, 2-55, 108(92)-0, 141(141)-0, 8-84(56), 73-21, 69(68)-14, 30-62, 73-8, 60-13, 1-83(59), 74(62)-34, 3-52, 101-0, 73-12, 62-48, 81(54)-41), 9-59, 27-105(105), 2-62(53), 129(74,55)-0, 90(70)-0, 17-78(64), 76-0, 82-0
Het was de tweede WK-finale tussen Ali Carter en Ronnie O'Sullivan, na 2008. Ook toen won O'Sullivan. Carter won het WK nog nooit.


